Toestemming in het seksueel strafrecht

Wat betekent “toestemming” vandaag in het Belgisch seksueel strafrecht? Sinds 1 juni 2022 kreeg dat begrip een volledig nieuwe invulling. Met de Wet van 21 maart 2022 voerde de wetgever een grondige hervorming door van het seksueel strafrecht. Het uitgangspunt is duidelijk:

Seksuele handelingen zijn enkel geoorloofd wanneer alle betrokkenen uit vrije wil hun toestemming hebben gegeven.

Axelle Wouters

Director Legal

Werkingsjaar 2025-2026

 

Maatschappelijke en juridische achtergrond

De hervorming kwam er onder toenemende maatschappelijke druk, mede door de #MeToo-beweging. De vroegere bepalingen voldeden niet langer aan de maatschappelijke realiteit, waarin stilzwijgen of passiviteit nog te vaak als instemming werden beschouwd. De nieuwe wet maakt duidelijk dat enkel een vrijwillige en bewuste instemming telt. Het feit dat iemand niet “nee” zegt, betekent dus niet dat hij of zij “ja” zegt.

Ook internationaal was er een duidelijke evolutie. In het arrest M.C. t. Bulgarije oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de vereiste van fysieke dwang om van verkrachting te kunnen spreken onverenigbaar is met artikel 3 en 8 EVRM. Het Hof benadrukte dat het ontbreken van fysiek verzet niet gelijkstaat aan toestemming en dat staten verplicht zijn om niet-consensuele seksuele handelingen strafbaar te stellen.

Die visie werd verankerd in de Istanbul Conventie, die stelt dat de afwezigheid van een weigering niet volstaat om van toestemming te spreken. Toestemming moet vrij, bewust en expliciet worden gegeven. Zo kan iemand die bijvoorbeeld onder invloed is van drugs of slachtoffer is van ‘spiking’ niet geacht worden geldig te hebben ingestemd, zelfs niet wanneer er schijnbaar “ja” werd uitgesproken.

De Belgische wetgever sloot hierbij aan en koos voor een positieve, moderne benadering van het begrip toestemming. Seksuele handelingen zijn enkel toegelaten wanneer alle betrokkenen vrijwillig, bewust en wederzijds hun instemming geven, en daartoe ook voldoende bekwaam zijn. De wet erkent hier bovendien het fenomeen van de zgn. verkrachtingsgeïnduceerde verlamming, waarbij slachtoffers door angst of shock letterlijk bevriezen, en dus niet kunnen reageren.  

Hoewel de hervorming deel uitmaakt van het toekomstige nieuwe Strafwetboek dat pas in 2026 in werking treedt, werd het luik over seksueel strafrecht al eerder ingevoerd wegens zijn maatschappelijke urgentie.

Artikel 417/5 Strafwetboek

Artikel 417/5 bepaalt dat toestemming enkel geldig is wanneer ze uit vrije wil en op geïnformeerde wijze wordt gegeven door iemand die daartoe in staat is. Die toestemming kan op elk moment worden ingetrokken, ook tijdens de seksuele handeling zelf.

De wet somt een aantal situaties op waarin nooit sprake kan zijn van geldige toestemming, zoals bij intoxicatie, ziekte, verstandelijke beperking, angst, slaap, bewusteloosheid of dwang. Deze opsomming is niet-limitatief, wat betekent dat ook andere omstandigheden in aanmerking kunnen komen.

Belangrijk is daarbij dat het louter bestaan van een kwetsbaarheid niet volstaat om het ontbreken van toestemming aan te nemen. Er moet daadwerkelijk sprake zijn van misbruik van die kwetsbare situatie.

Daarnaast verduidelijkt de hervorming dat toestemming per handeling geldt. Een instemming met één seksuele handeling impliceert niet automatisch toestemming voor andere handelingen. Dat principe zorgt er ook voor dat zogenoemd stealthing, nl. het heimelijk verwijderen van een voorbehoedsmiddel zonder toestemming van de partner, als verkrachting kan worden vervolgd.

De wetgever benadrukt dat toestemming niet noodzakelijk verbaal hoeft te zijn. Ook non-verbaal gedrag kan instemming uitdrukken, op voorwaarde dat het duidelijk, bewust en vrijwillig is. Dat betekent echter niet dat zwijgen of passiviteit als toestemming kan worden gezien. Alleen gedragingen die ondubbelzinnig op instemming wijzen, kunnen als geldig worden beschouwd.

De omzendbrief van 9 juni 2022 verduidelijkt dat artikel 417/5 geen definitie in strikte zin bevat, maar een juridisch kader biedt. De rechter moet op basis van de concrete feiten beoordelen of er sprake was van toestemming. Het is aan het Openbaar Ministerie om het gebrek aan toestemming aan te tonen, terwijl twijfel steeds in het voordeel van de beklaagde speelt.

Affirmatieve toestemming

De hervorming verankert het principe van affirmatieve toestemming. Toestemming is geen stilzwijgende veronderstelling, maar een actieve, bewuste en bevestigende handeling. Zwijgen, geen verzet bieden of een eerdere seksuele relatie hebben kan dus nooit als instemming worden beschouwd.

Minderjarigen en seksuele meerderjarigheid

Voor minderjarigen gelden specifieke regels. Volgens artikel 417/6 kunnen jongeren onder de 16 jaar geen geldige toestemming geven voor seksuele handelingen. Vanaf 16 jaar geldt in principe de seksuele meerderjarigheid, waardoor zij wel kunnen instemmen.

Er geldt echter een beperkte uitzondering voor jongeren van minstens 14 jaar, op voorwaarde dat het leeftijdsverschil niet groter is dan drie jaar. Deze bepalingen moeten machtsonevenwicht en misbruik vermijden, zonder normale leeftijdsgebonden relaties te criminaliseren.

Toepassing in de praktijk

De toepassing van het toestemmingsbegrip blijft in de praktijk complex. Rechters moeten steeds rekening houden met alle feitelijke omstandigheden van het geval. De vraag of iemand in staat was om toestemming te geven blijft bijzonder contextgevoelig. Denk aan situaties waarin beide partijen onder invloed zijn. De wet biedt een duidelijk juridisch kader, maar de beoordeling vergt altijd een zorgvuldige afweging en aandacht voor nuance.

Conclusie

De hervorming van 2022 bevestigt dat toestemming het kernbegrip vormt van het seksueel strafrecht. Alleen handelingen waarbij alle betrokkenen vrij en bewust instemmen, zijn geoorloofd.

De toepassing in de praktijk blijft evenwel delicaat. Elke zaak moet afzonderlijk en met oog voor de concrete omstandigheden worden beoordeeld. Het vernieuwde wettelijk kader biedt richting, maar vraagt blijvende voorzichtigheid en nuance in de interpretatie.

Bronnen:

Art. 417/5 Sw.

Art. 417/6 Sw.

COLLEGE VAN PROCUREURS GENERAAL, Omzendbrief Seksueel strafrecht, 9 juni 2022, nr. 05/2022.

EHRM 4 december 2003, 39272/98, ECLI:CE:ECHR:2003:1204JUD003927298, ‘M.C. t. Bulgarije‘.

JAMAER J., ‘Wanneer zwijgen geen toestemming is: het seksueel strafrecht doorbreekt de stilte’, Monard Law 2 juni 2025.

VANREUSEL R., ‘Wat je moet weten over het gewijzigd seksueel strafrecht?’, De Groote-De Man 4 december 2024.

Verdrag nr. 210 van de Raad van 11 mei 2011 inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, Pb.L. 2 juni 2023.

Wet houdende wijzigingen aan het Strafwetboek met betrekking tot het seksueel strafrecht, BS 21 maart 2022, 25.785.

ZWART-WIT., ‘Aflevering 1 – Toestemming in het seksueel strafrecht’, Spotify 28 juni 2024.

 

Scroll naar boven